Kerktorens als bakens in Drentsche Aa-gebied


200312171124555503

Het Nationaal Park Drentsche Aa telt een aantal kerken. De kerktorens rijzen op in het landschap en dienden zo als baken voor reizigers. Ze horen bij het esdorpenlandschap. In het Drentsche Aa gebied zijn dat de kerktorens van Rolde en Anloo.

De kerk niet in 't midden...
In de Drentsche Aa regio zijn de eerste kerkjes aan de randen van de dorpen terecht gekomen (goed te zien in Rolde). Daar was ruimte, middenin niet. Het dorp groeide later om de kerk heen. Veel dorpen liggen op tamelijk smalle zandruggen, met aan weerszijden de drassige beekdalen. Hoog en droog dus. 'hoog' had ook een religieuze achtergrond. Men wierp soms zelfs een heuvel op, om er een kerk op te bouwen. Een symbolische Sionsheuvel, “Men moest opgaan ter kerke”. De kerkheuvel van Vries is goed herkenbaar, net als bij de oude kerken te Eelde, Haren, Anloo, Zuid- en Noordlaren en Rolde.

200312171128425245Kerktoren Rolde

Kerstening door buitenlanders
Er ontstaan pas kerken als een geloof vaste voet krijgt. Bij het Christendom in deze streek gebeurde dat tussen de achtste en tiende eeuw. Karel de Grote bood bescherming aan de missionarissen bij hun bekeringswerk. In 550 werd in Utrecht een missiepost gesticht van waaruit het kersteningswerk met de onderwerping aan het Frankische gezag plaatsvond. Vanuit kloosters elders werd het Christendom verder verbreid. In het Drentsche Aa gebied bestaat de 'Werdense weg' nog, de route waarlangs de monniken op inspectietocht gingen.

Historie van duizend jaar of meer
De huidige kerken hebben bijna allemaal houten voorgangers gehad, zo blijkt uit opgravingen. De oudste zichtbare restanten (uit de elfde eeuw) zijn de tufstenen gedeelten in de kerk van Anloo. In Rolde is in het jaar 900 ook een houten kerkje gesticht, die werd opgevolgd door minstens twee kerkgebouwtjes (ook houtbouw). Rond 1200 kreeg Rolde een nieuwe, uit baksteen opgetrokken, Romaanse kerk.

Kerkepad, reeweg of doodweg
Al was de bevolking gekerstend, het betekende niet dat oude gebruiken ineens overboord gingen. Vooral 'heidense' gebruiken bij begravenissen bleven lang bestaan. Men bleef bijvoorbeeld oude grafheuvels gebruiken om de doden bij te zetten. Vanaf de achtste eeuw probeerde de kerk deze gebruiken hardhandig de kop in te drukken. Toch bleef men tot in de elfde eeuw de graven voorzien van bijgaven. Een concilie in de negende eeuw stelde voorschriften vast voor een christelijke begrafenis in of bij de kerk (kerkhof). Er werden vaste routes aangewezen, die van het buitengebied rechtstreeks naar de hoofdkerk voerden, de z.g. ree- of doodweg, ook kerkepad genoemd. De weg kende het recht van overpad, als ze over particuliere gronden of akkerland liep.

Deze reewegen of kerkepaden bestaan nog en u kunt ze belopen. Het dorp Eext kent zowel een Kerkweg (richting Anloër kerk) als een Kerkstraat, die hoort bij de in 1841 gestichte dorpskerk. Vanaf Balloo voert een kerkepad naar de Jacobuskerk van Rolde

Romaanse kerk, Gotisch koor
Alle (bakstenen) Romaanse kerken, die vanaf de twaalfde eeuw gebouwd werden, liggen in oost-westrichting. Het koor met het altaar ligt op het oosten en de ingang onder toren ligt op het westen. Zo'n toren met minstens twee verdiepingen vóór de ingang van de eigenlijke kerk, heet het 'Westwerk'. De middeleeuwse oriëntering op het oosten is symbolisch. Het is de kant van de opgaande zon èn het oosten is het symbool van de Verlosser.

De Gotische bouwstijl wordt omstreeks de dertiende eeuw populair. Gotische kerken hebben hoge ruimten, waarin de muren zoveel licht moeten doorlaten dat ze amper meer steun boden. Daardoor moesten er steunberen of luchtbogen bijkomen. In het Drentsche Aa-gebied vallen vooral de vijftiende eeuwse veranderingen richting gotische stijl op, zoals de hogere muren en spitsboogvensters bij de kerk van Anloo.

Roldertoren als 'mikpunt'
De kerktoren van Rolde was niet alleen een baken voor reizigers maar diende ook als richtpunt voor een z.g. 'torenverkaveling'. Ten zuiden van Rolde lopen een aantal wegen en percelen taps toe. De punt is naar het dorp gekeerd. Het is een landschappelijke en cultuurhistorische erfenis. Tot 1848 waren alle boerengronden in de marke Rolde gemeenschappelijk bezit.

In Rolde gebeurde de scheiding van bezit op aanvraag van 'vrömd volk'. Men koos voor de makkelijkste methode van verdeling: het land opdelen met de Roldertoren als middelpunt. De taps toelopende percelen waren uiterst onhandig in gebruik, wat het Drents Landbouw Genootschap noodzaakte om zijn afkeuring uit te spreken over deze 'kylende percelen'. Tegenwoordig zijn vooral de schuin toelopende percelen die bos en heide bevatten, nog als zodanig herkenbaar plus een aantal wegen 'richting Roldertoren'. Een bijzondere 'torenverkaveling'.

Kerktorens als bakens
Kerktorens zijn altijd 'een baken in het landschap' geweest. Over het Ballooërveld is de Roldertoren een baken.

In Groningen komt de Aa-kerk in beeld, die omstreeks 1200 als kapel begon op de oorspronkelijke oever van het riviertje. Reeds in 1220 werd het de tweede parochiekerk in Groningen, gewijd aan Maria en Sint Nicolaas, beschermheilige van kooplieden en schippers. De Aa-kerk als geestelijk baken dus, in het v.m. 'schipperskwartier' van de stad, aan de boorden van de Drentsche Aa.