EIP Operating Group Bio-economie Drentsche Aa


Spelt uit de regio

Spelt uit de regio

Graanproject Drentsche Aa Streekproducten1

Graanproject Drentsche Aa Streekproducten

Bloemrijke akkerrand1

Bloemrijke akkerrand

Bladrammanas20170710_173125

Bladrammenas als groenbemester op demonstratieperceel Wedbroeken



EIP Operating Group Bio-economie Drentsche Aa

Uitgangspunt voor de toekomst van het Drentsche Aa-gebied is het behouden en het versterken van de identiteit van het karakteristieke beek- en esdorpenlandschap van de Drentsche Aa. De EIP (European Innovation Partnerships) Operating Group Bio-economie Drentsche Aa wil hieraan een actieve bijdrage leveren door – al dan niet samen met derde partijen – projecten te ontwikkelen, aan te moedigen en/of uit te voeren, waarmee de omschakeling naar een bio-economie kan worden bevorderd, dat wil zeggen een duurzame economie waarin fossiele grondstoffen zijn vervangen door hernieuwbare grondstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong. De projecten zijn erop gericht om verbindingen tot stand te brengen tussen de diverse betrokken sectoren (met name grondgebonden landbouw, natuur, landschap en chemie), om de gezamenlijke kennisontwikkeling over bio-economie te stimuleren en om de bewustwording bij de consument te vergroten.

Het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa is het enige nationaal park in Nederland dat de gebruiksfuncties landbouw en natuur in zich heeft verenigd. Maar in het algemeen staan deze functies op gespannen voet met elkaar, zo ook in het Drentsche Aa-gebied.

Het toekomstbeeld van het agrarische bedrijf in het Drentsche Aa-gebied kan goed aansluiten op de Rijksnatuurvisie ‘Natuurlijk verder’. De gebruiksfuncties landbouw en natuur staan ten dienste van elkaar bij het streven naar maatschappelijke en economische waarde. Met als ultieme resultaat dat natuurbeheer door de consument in plaats van de belastingbetaler wordt betaald. Je kunt hiermee spreken van natuurinclusieve landbouw of ook van landbouw inclusieve natuur. Deze woordspeling is de uitdaging van de initiatiefgroep. Door middel van omdenken moet het mogelijk zijn om niet alleen natuurwaarde in modellen te creëren maar ook landbouwwaarde. Gemakshalve wordt verder gesproken over natuurinclusieve landbouw maar hier geld ook het omdenken van landbouwinclusieve natuur. Wat doet natuur voor landbouw en wat doet landbouw voor natuur, die vraag moet keer op keer gesteld worden in het ontwikkelen van DUURZAME verdienmodellen in het Drentsche Aa gebied.

Op 21 november 2016 heeft staatsecretaris Van Dam (Economische Zaken) samengevat het volgende geschreven in zijn voortgangsbrief Natuur. De Nederlandse natuur vertoont voorzichtige tekenen van herstel maar de ruimtelijke- en milieucondities zijn nog onvoldoende om alle doelen te realiseren. Hierbij moet extra aandacht komen voor de impact van landbouw op natuur. Positief is dat de achteruitgang van de soortenrijkdom gestopt is maar nog zeker kwetsbaar.

Eén van de onderdelen in de brief van de staatssecretaris haakt in op natuurinclusieve landbouw. Hierin wordt geschreven hoe landbouw en natuur met elkaar verbonden zijn voor biodiversiteit, bestuiving en gezonde bodem maar dat hiervoor een transitie nodig is naar een landbouwbedrijfsvoering waarin de rol van en een zorgvuldige omgang met natuur en biodiversiteit geïntegreerd is. Hoe dit eruit moet gaan zien is sterk afhankelijk van de keuzes van de landbouwer welke afhankelijk zijn van de type ondernemer en verdienmogeljikehden. Hierbij verzoekt de staatssecretaris om individueel of in collectief invulling te geven aan na-tuurinclusieve landbouw in de eigen omgeving met inbegrip van ketenpartners.

De Landschapsvisie Drentsche Aa 2.0 (2016 – 2025) biedt hiervoor het kader en voorziet in het alloceren van experimentele ruimte voor de ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw. De haalbaarheidsstudie ‘Gebiedscoöperatie Drentsche Aa’ in opdracht van provincie Drenthe en het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa draagt concrete ketens aan, waarbij vraag en aanbod bij elkaar zijn gebracht. De studie richt zich hierbij met name op de haalbaarheid van de vraag aan natuurinclusieve landbouwproducten en hun potentiële opbrengsten.

De haalbaarheidsstudie ziet dat er een potentiële markt bestaat van € 2,3 miljoen voor natuurinclusieve landbouwproducten uit het Drentsche Aa-gebied. En dat hiervoor 1.240 hectare aan natuurinclusieve landbouwgronden ingepland kan worden in het Drentsche Aa gebied, zo mogelijk maar niet uitsluitend, conform de integrale kansenkaart van BIO-plan 2.0 (2012 – 2020).

Een grote groep marktpartijen is bereid om sturing te geven aan de natuurinclusieve ketens in het Drentsche Aa-gebied en/of als ketenpartner hierin deel te nemen. Ook staan agrarische bedrijven in het Drentsche Aa-gebied positief tegenover de productie van natuurinclusieve landbouwproducten ten behoeve van de ketens zuivel, vlees, graan, olie & vezel, kruiden en honing.

De haalbaarheidsstudie ‘Gebiedscoöperatie Drentsche Aa’ voorziet in een toekomst waarbij agrarische bedrijven in het Drentsche Aa-gebied met elkaar en met terreinbeheerders sa-menwerken om de markt van natuurinclusieve landbouwproducten beter te voorzien als collectief, dan ieder afzonderlijk en van waaruit nagedacht kan worden over nieuwe markten binnen bio-economie.