Anlooërdiepje


Het Anlooërdiep is een zijloop in het beekstelsel van de Drentsche Aa. Het dal van het Anlooërdiepje loopt aan de westzijde van Anloo naar het noorden en mondt uit in het Oudemolensche Diep. Tot het projectgebied behoren drie zijdalletjes Loefvledder, Grote Spelden en Kleine Spelden en de laagte ten noorden van de Gasterse Duinen. Het beekdal is van grote cultuurhistorische waarde door het karakteristieke 'kamertjeslandschap' met het daar tussendoor stromende, kronkelende Anlooërdiepje. Ook het (broek)bosje in het beekdal is van grote landschappelijke en ecologische waarde.

De beek is smal; de diepte kan van plek tot plek sterk verschillen. Op de bodem bevindt zich op een aantal plekken grindbankjes; daarnaast zijn er op andere plekken hout, die bijdragen aan ecologische variatie. De begroeiing lokaal langs de beek zorgt voor schaduw en een lagere temperatuur van het water. Bij de beek in het bos bevinden zich bijzondere insectensoorten zoals de kokerjuffer en kevers. De staat, vorm en diepte van het Anlooërdiepje is grotendeels het cultuurhistorische product van eeuwenlang onderhoud. Bij het schoonmaken van de beek zijn modder en plantenresten langs de beek neergelegd, waardoor de oevers in de loop der jaren hoger zijn komen te liggen.

De aanwezigheid van keileem, beekleem en potklei in de ondergrond en de invloed hiervan op kwel zorgt voor bijzondere natuur. Tussen de instroom van de Grote Spelden en Anloo bevinden zich veel dotterbloemen en veldrussen. De Burgvallen heeft een prachtig bosje met bijvoorbeeld zwarte bessen en verspreidbladig goudveil.

Wat gaat er gebeuren?

In het beekdal van het Anlooërdiepje vinden verschillende ontwikkelingen en deelprojecten plaats, waar de gebiedspartijen Staatsbosbeheer, het waterschap Hunze & Aa’s, Provincie Drenthe en Prolander bij betrokken zijn. Een aantal percelen in het beekdal is in gebruik voor landbouw of in bezit van particuliere grondeigenaren. Prolander gaat in gesprek met de eigenaren van landbouwpercelen en met particulieren om te kijken op welke percelen natuur kan worden ontwikkeld.

Het waterschap heeft in februari en maart 2021 in het benedenstroomse traject van het Anlooërdiepje de bodem van de beek verhoogd. In het winterhalfjaar van 2021-2022 zullen ook bodems van het Zeegserloopje en het Taarloschediep worden verhoogd. Komende jaren vindt monitoring plaats om de effecten van beekverhoging te evalueren. Lees meer over de beekverhoging op de website van het waterschap.

De afvoer van water van de landbouwpercelen van de Loefvledders zal worden verlegd naar een afvoer door een lange duiker. Hierdoor kan de huidige watergang die door het natuurgebied loopt worden verondiept waardoor verdroging kan worden verminderd.

Voor de Grote Spelden wordt een plan opgesteld om het als natuurgebied in te richten. Voor andere delen van het beekdal van het Anlooërdiep zal komende jaren onderzoek worden gedaan naar de verbetering van de waterhuishouding en de natuur.  Deze informatie zal worden gebruikt voor het opstellen van een inrichtingsplan.

Staatsbosbeheer is verantwoordelijk voor het verondiepen van watergangen op haar natuurgronden. Ook zal langs het benedenstroomse deel nabij de beek bosontwikkeling worden gestimuleerd. Kijk voor meer informatie op de website van Staatsbosbeheer.

Om de natuur in het beekdal verder te ontwikkelen zal op aangrenzende landbouwpercelen worden bekeken welke watergangen kunnen worden aangepast en verondiept zonder dat voor de landbouw negatieve effecten optreden. Ook bij een natuurdoeltype als 'droge bossen' van het Landgoed Schipborg moeten negatieve effecten van vernatting worden voorkomen. Vanwege de veelheid aan ontwikkelingen worden processen en activiteiten goed afgestemd tussen de gebiedspartners.

Waarom gaat dit gebeuren?

Hoofddoel van de inrichtingsmaatregelen is het herstel van het natuurlijk beeksysteem van de Drentsche Aa. Afgelopen decennia heeft op verschillende plaatsen in het gebied verdroging plaatsgevonden. Hierdoor zijn de natuurwaarden achteruitgegaan.

De inrichtingsmaatregelen om de natuur te verbeteren staan beschreven in het Natura2000-beheerplan en zijn gericht op meer dynamiek en schaduw in de beek. Dit wordt gedaan in overeenstemming met de normen van het Kaderrichtlijn Water waardoor de waterkwaliteit verbetert.

In de Inrichtingsvisie Beekdalen Drentsche Aa staat beschreven met welke maatregelen het beeksysteem kan worden hersteld. In het benedenstroomse deel van het Anlooërdiepje wordt ernaar gestreefd om natuurbos te laten uitbreiden. Naast de opgaven vanuit het Natura2000-beheerplan moeten we rekening houden met het veranderende klimaat. We hebben steeds vaker te maken met hevige regenval, maar ook met periodes van droogte. Om het natuurlijke systeem te herstellen en in stand te houden, willen we verdroging terugdringen. Ook willen we zo veel mogelijk CO2-vasthouden.

Het benedenstroomse deel van de beek is onderdeel van het pilotproject beekbodem-verhoging van waterschap Hunze en Aa’s.  Door de verhoging van de bodem blijft een natuurlijk en vrij stromende beek in stand terwijl het niveau van het water in de beek én van het grondwater in de nabije omgeving omhoog wordt gebracht. Met het project wordt een passende uitvoeringsmethode ontwikkeld om de beekbodem te verhogen zonder schade aan te brengen aan natuur, landschap, cultuurhistorie, archeologie en landbouw. De komende jaren worden de effecten van beekverhoging gemeten en geëvalueerd. Als de effecten op de beek en de natuurontwikkeling positief zijn en nadelige effecten afdoende zijn voorkomen, wordt bekeken welke andere trajecten van de Drentsche Aa in aanmerking komen voor beekverhoging.

Heeft u vragen? Neem contact op via ons contactformulier.