Vermesting, opwarming en vervlakking: de Drentse flora is in beweging
Hoe gaat het met de Drentse plantenwereld? Dat staat beschreven in het boek De Drentse Flora in beweging. Vijfentwintig jaar na de grote atlas van de Drentse planten is dit een nieuw boek dat alle ontwikkelingen op een rijtje zet. De kernwoorden: vermesting, verwarming, vervlakking en hier en daar een wonder.
De officiële presentatie van het boek is vandaag in Zwiggelte. Heeft Drenthe nu weer een nieuwe atlas? "Nee," zegt voorzitter Ben Hoentjen van de Werkgroep Florakartering Drenthe.
"De oorspronkelijke atlas beschreef de verspreiding van alle wilde planten in Drenthe in de periode vanaf 1970 tot het einde van de vorige eeuw. Daarbij zijn ruim 2800 zogenoemde kilometerhokken geïnventariseerd: vakken van één bij één kilometer. Voor dit boek zijn ruim vijfhonderd van die kilometerhokken tussen 2004 en 2014 opnieuw onderzocht. Vervolgens zijn de gegevens vergeleken met die uit de vorige atlasperiode. Het boek gaat dus over de veranderingen in de Drentse flora: welke soorten vooruit zijn gegaan, welke achteruit, welke zijn verdwenen en welke juist zijn teruggekeerd of nieuw verschenen."
Vermesting, verwarming en vervlakking
Als je kijkt naar de grote lijnen dan is de Drentse flora minder Drents geworden. Dat heeft verschillende oorzaken. Drenthe is vanouds een provincie met arme grond. Verder is het hier net een beetje kouder dan in de rest van het land. De plantenwereld heeft zich aangepast aan die omstandigheden.
Maar dat is aan het veranderen, zegt Hoentjen: "Drenthe is in zijn geheel voedselrijker geworden, vooral door stikstofdepositie. Dat geldt niet alleen voor natuurgebieden maar ook voor bermen en het landbouwgebied. Soorten die voedselrijke omstandigheden nodig hebben zijn daardoor sterk toegenomen."
Drenthe gaat steeds meer op de rest van Nederland lijken
"Tegelijkertijd hebben soorten van schrale omstandigheden het moeilijk, zoals laagveenplanten, heidesoorten en soorten van blauwgraslanden. Daarnaast speelt klimaatverandering een duidelijke rol. Drenthe is warmer geworden, de winters zijn milder en perioden van langdurige droogte komen vaker voor."
Dat zie je bijvoorbeeld terug in de bermen. "Die zijn ruiger en voedselrijker. Grote grassen en soorten als fluitenkruid en gewone berenklauw zie je steeds meer, terwijl schrale soorten als biggenkruid, struikhei en dophei verdwijnen. Daarnaast zijn veel soorten verschenen die vroeger niet typisch Drents waren. Planten uit het rivierengebied, zoals wilde peen, margriet en duifkruid. Die worden tegenwoordig veel ingezaaid en komen daardoor veel vaker voor."
Het resultaat is een bepaalde vervlakking: Drenthe gaat steeds meer op de rest van Nederland lijken.
Nieuwelingen
De afgelopen vijfentwintig jaar zijn een groot aantal nieuwe soorten opgedoken in Drenthe. Het gaat in totaal om ruim honderd soorten, en het zijn vooral soorten die profiteren van klimaatverandering.
De grootste verandering zie je dan ook in steden en dorpen. Daar is het altijd al wat warmer dan in het buitengebied. Maar ook natuurontwikkeling levert zijn bijdrage: "Verschillende soorten die vroeger op de Rode Lijst stonden, zijn sterk vooruitgegaan dankzij herstelmaatregelen en nieuwe natuurgebieden. In beekdalen en voormalige landbouwgebieden keren bijzondere soorten terug, mede door herstel van de waterhuishouding en kwelstromen van mineraalrijk grondwater."
"Een voorbeeld daarvan is de groenknolorchis, een soort die vroeger niet in Drenthe voorkwam en nu op enkele plekken is opgedoken. Zulke ontwikkelingen laten zien dat natuurherstel daadwerkelijk effect heeft, als de juiste omstandigheden worden hersteld."
Icoonsoorten
Volgens De Drentse flora in beweging telt onze provincie inmiddels meer dan duizend wilde plantensoorten. Maar, zegt Hoentjen, het is soms lastig om te bepalen welke soorten wild zijn en welke niet. "Er verschijnen allerlei nieuwe soorten. Er wordt veel ingezaaid. Planten ontsnappen uit tuinen en doen het dan soms heel goed. Dat maakt het lastig."
Speciale aandacht in het boek is er voor een elftal icoonsoorten zoals de zwartblauwe rapunzel, de stengelloze sleutelbloem en de wilde narcis. Soorten waarvoor de afgelopen jaren speciale beschermingsplannen zijn opgesteld en die kenmerkend voor Drenthe zijn.
Soms werken die plannen goed, bijvoorbeeld voor de stengelloze sleutelbloem en de wilde narcis. Soms gaat het ook moeizaam. De zwartblauwe rapunzel bijvoorbeeld heeft het heel moeilijk omdat zijn groeiplaatsen in het Drentsche Aa-gebied steeds natter worden.
Goed of slecht
Hoewel het boek een aantal zorgwekkende ontwikkelingen beschrijft, is het niet alleen kommer en kwel. In veel diagrammen blijkt zelfs dat meer soorten vooruitgaan dan achteruit.
Maar dat betekent niet automatisch dat de natuurkwaliteit verbetert. Vaak zijn het juist algemene soorten van voedselrijke omstandigheden die toenemen, terwijl karakteristieke soorten van schrale milieus langzaam verdwijnen.
Hoentjen hoopt dat het boek de belangstelling voor wilde planten een boost geeft: "Wilde planten zijn belangrijk voor insecten, vlinders, het hele ecosysteem. Een gezonde flora staat aan de basis van natuurherstel."
Bron: RTV Drenthe
