Overlegorgaan Drentsche Aa


Het Overlegorgaan Drentsche Aa is op 4 december 2002 door minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de heer Veerman geïnstalleerd. Daarmee was het Nationaal Park Drentsche Aa een feit. Het Overlegorgaan is door Gedeputeerde Staten van Drenthe herbenoemd, na de decentralisatie van het natuurbeleid per 1 januari 2013. Het Overlegorgaan kan GS gevraagd en ongevraagd advies geven.

In het Overlegorgaan Drentsche Aa zijn alle bestuurders van de betrokken instanties en eigenaren/beheerders vertegenwoordigd:

  • Provincie Drenthe
  • Gemeenten Aa en Hunze, Assen, Groningen en Tynaarlo
  • Waterschap Hunze en Aa's
  • Staatsbosbeheer
  • Recreatiesector (Recron/Recreatieschap)
  • Natuur- en Milieufederatie Drenthe
  • Landbouwsector (LTO-Noord)
  • Brede Overleggroep Kleine Dorpen (BOKD)
  • Waterbedrijf Groningen
  • Ministerie van LNV (adviseur)

Het Overlegorgaan heeft een onafhankelijke voorzitter en een secretariaat. De samenstelling van het Overlegorgaan is hieronder toegevoegd.

Vergaderschema

Het Overlegorgaan vergadert in 2019 op de volgende data:


Nationaal Park Drentsche Aa

Op 6 mei 2019 besloot het Overlegorgaan Drentsche Aa om afscheid te nemen van de officiële naam: ‘Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa’. Ook de naam 'Nationaal Landschap Drentsche Aa' wordt niet meer gebruikt. Vanaf nu gebruiken we alleen nog de naam 'Nationaal Park Drentsche Aa' voor het gehele Drentsche Aa gebied van 'brongebied tot benedenloop'.

Dit op basis van twee argumenten:

  • Vanuit communicatie overwegingen: de lange naam is lastig te communiceren. Daarnaast zorgen de verschillende namen voor hetzelfde gebied voor verwarring.
  • Inhoudelijk vanuit het landelijke programma 'Nationale Parken Nieuwe Stijl'. Alle Nederlandse nationale parken maken een verandering door richting grotere gebieden. Er is niet meer sprake van alleen waardevolle natuur, maar ook het omliggende landschap en cultuurhistorie worden meegenomen. Nationaal Park Drentsche Aa is met haar verbrede doelstelling geen uitzondering meer in het stelsel van nationale parken. Alle Nederlandse nationale parken staan straks voor een verbrede aanpak, met aandacht voor natuur en landschap, maar ook voor landbouw, water, recreatie, wonen en leefbaarheid.