EIP Operational Group Bio-economie


Spelt uit de regio

Spelt uit de regio

Graanproject Drentsche Aa Streekproducten1

Graanproject Drentsche Aa Streekproducten

Bloemrijke akkerrand1

Bloemrijke akkerrand

Bladrammanas20170710_173125

Bladrammenas als groenbemester op demonstratieperceel Wedbroeken

foto Infomatiebord demoveld Wedbroeken 70034774_vb - kopie
Tagetes_20190827_092828_bijgesneden

Tagetes (Afrikaantjes)

20190827_093535_bijgesneden

Demoveld Wedbroeken


EU vlag

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling:
Europa investeert in zijn platteland


EIP Operational Group Bio-economie Drentsche Aa

Uitgangspunt voor de toekomst van het Drentsche Aa-gebied is het behouden en het versterken van de identiteit van het karakteristieke Drentsche Aa beek- en esdorpenlandschap. De EIP (European Innovation Partnerships) Operational Group Bio-economie Drentsche Aa levert hieraan een actieve bijdrage. Door, al dan niet samen met derde partijen, projecten te ontwikkelen, aan te moedigen en/of uit te voeren.

Hiermee kan de omschakeling naar een duurzame bio-economie worden bevorderd waarin fossiele grondstoffen zijn vervangen door hernieuwbare grondstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong. De projecten zijn erop gericht om verbindingen tot stand te brengen tussen met name grondgebonden landbouw, natuur, landschap en chemie. Om samen de kennisontwikkeling over bio-economie te stimuleren en om de bewustwording bij de consument te vergroten.

Demoveld Wedbroeken

Nationaal Park Drentsche Aa is het enige nationaal park in Nederland waarin landbouw en natuur zijn verenigd. Vaak staan beide functie op gespannen voet met elkaar, ook in het Drentsche Aa-gebied.

Het toekomstbeeld van het agrarische bedrijf in het Drentsche Aa gebied kan goed aansluiten op de Rijksnatuurvisie ‘Natuurlijk verder’. De gebruiksfuncties landbouw en natuur kunnen elkaar versterken bij het streven naar maatschappelijke en economische waarde. Met als ultieme resultaat dat natuurbeheer door de consument in plaats van de belastingbetaler wordt betaald. We spreken van natuurinclusieve landbouw of van landbouwinclusieve natuur. Deze woordspeling is de uitdaging van de initiatiefgroep. Door middel van omdenken moet het mogelijk zijn om zowel natuurwaarde als de landbouwwaarde in modellen te creëren. Gemakshalve spreken we verder over natuurinclusieve landbouw maar hier geldt ook het omdenken naar landbouwinclusieve natuur. Wat doet natuur voor landbouw en wat doet landbouw voor natuur? Die vraag wordt keer op keer gesteld in het ontwikkelen van DUURZAME verdienmodellen in het Drentsche Aa gebied.

Dubbel Drents broden van Drentsche Aa bodem

Op 21 november 2016 schreef staatsecretaris Van Dam (Economische Zaken) het volgende in zijn voortgangsbrief Natuur. De Nederlandse natuur vertoont voorzichtige tekenen van herstel maar de ruimtelijke- en milieucondities zijn nog onvoldoende om alle doelen te realiseren. Hierbij moet extra aandacht komen voor de impact van landbouw op de natuur. Positief is dat de achteruitgang van de soortenrijkdom gestopt is maar nog zeker kwetsbaar.

Eén van de onderdelen in de brief van de staatssecretaris haakt in op natuurinclusieve landbouw. Hierin beschreef hij hoe landbouw en natuur met elkaar verbonden zijn voor biodiversiteit, bestuiving en gezonde bodem. Maar hiervoor is een transitie nodig naar een landbouwbedrijfsvoering met een geïntegreerde rol van en een zorgvuldige omgang met natuur en biodiversiteit. Hoe dit eruit ziet is sterk afhankelijk van de keuzes van de landbouwer en is afhankelijk van het type ondernemer en verdienmogelijkheden. Hierbij verzoekt de staatssecretaris om, individueel of in collectief, invulling te geven aan natuurinclusieve landbouw in de eigen omgeving met inbegrip van ketenpartners.

De Landschapsvisie Drentsche Aa 2.0 (2016 – 2025) biedt hiervoor het kader en voorziet in het toewijzen van experimentele ruimte voor de ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw. De haalbaarheidsstudie ‘Gebiedscoöperatie Drentsche Aa’, in opdracht van provincie Drenthe en Nationaal Park Drentsche Aa, draagt concrete ketens aan. Vraag en aanbod zijn zo bij elkaar gebracht. De studie richt zich hierbij met name op de haalbaarheid van de vraag aan natuurinclusieve landbouwproducten en hun potentiële opbrengsten.

We zien dat er een potentiële markt bestaat van € 2,3 miljoen voor natuurinclusieve landbouwproducten uit het Drentsche Aa-gebied. Hiervoor kan 1.240 hectare aan natuurinclusieve landbouwgronden ingepland worden in het Drentsche Aa gebied. Zo mogelijk, maar niet uitsluitend, conform de integrale kansenkaart van BIO-plan 2.0 (2012 – 2020).

Een grote groep marktpartijen is bereid om sturing te geven aan de natuurinclusieve ketens en/of als ketenpartner deel te nemen. Ook staan agrarische bedrijven in het Drentsche Aa-gebied positief tegenover de productie van natuurinclusieve landbouwproducten ten behoeve van de ketens zuivel, vlees, graan, olie & vezel, kruiden en honing.

De haalbaarheidsstudie voorziet in een toekomst waarbij agrarische bedrijven in het Drentsche Aa-gebied met elkaar en met terreinbeheerders samenwerken. Om de markt van natuurinclusieve landbouwproducten als collectief te voorzien en van waaruit nagedacht wordt over nieuwe markten binnen bio-economie.